PrivacyTeam033 200 30 83

HvJ EU brengt nuance aan in het inzagerecht: eerste verzoek kan tóch buitensporig zijn

Het recht op inzage uit artikel 15 AVG geldt als één van de meest fundamentele rechten van betrokkenen. Dit recht is primair bedoeld om betrokkenen inzicht te geven in de verwerking van hun persoonsgegevens en hen in staat te stellen de rechtmatigheid daarvan te controleren. In de praktijk wordt het inzagerecht dan ook breed ingezet – soms terecht, soms strategisch. In het arrest C-526/24 Brillen Rottler heeft het Hof van Justitie van de EU zich uitgesproken over de grenzen van dit recht. De uitkomst is relevant: ook een eerste inzageverzoek kan onder omstandigheden worden geweigerd.

Van recht naar strategie

De casus laat een situatie zien waarin een betrokkene bewust persoonsgegevens verstrekt – in dit geval via een nieuwsbriefaanmelding – en kort daarna een inzageverzoek indient. Hoewel een dergelijk verzoek op het eerste gezicht legitiem lijkt, kan het volgens de verwerkingsverantwoordelijke onderdeel uitmaken van een bredere strategie, bijvoorbeeld in aanloop naar een mogelijke schadeclaim.

De vraag die voorlag was dan ook niet zozeer óf er een recht op inzage bestaat, maar of dit recht in dergelijke situaties wordt gebruikt op een wijze die kennelijk verder gaat dan het doel van het inzagerecht. Daarbij kan ook het oogmerk van de betrokkene een relevante factor zijn in de beoordeling.

Ook eerste inzageverzoek kan buitensporig zijn

Het Hof maakt duidelijk dat het inzagerecht niet los kan worden gezien van artikel 12 lid 5 AVG. Op grond van deze bepaling kan een verzoek worden geweigerd wanneer het kennelijk ongegrond of buitensporig is. Tot nu toe werd het begrip “buitensporig” in de praktijk vaak gekoppeld aan herhaalde verzoeken. Het Hof brengt hierin nuance aan. Niet alleen de frequentie, maar ook de context en het doel van het verzoek zijn relevant. Daarmee ontstaat ruimte om – in uitzonderlijke gevallen – ook een eerste verzoek als kennelijk ongegrond of buitensporig aan te merken.

Hoge drempel blijft

Die ruimte moet echter niet worden overschat. Het Hof legt de lat nadrukkelijk hoog. Het is aan de verwerkingsverantwoordelijke om te onderbouwen dat een verzoek kennelijk ongegrond of buitensporig is. Dat zal in de praktijk zelden eenvoudig zijn.

Een verzoek dat kritisch, belastend of onhandig is, kwalificeert niet zonder meer als buitensporig. Het moet gaan om situaties waarin het gebruik van het recht kennelijk verder gaat dan het doel waarvoor het is bedoeld. Daarbij geldt dat ook wanneer een inzageverzoek wordt gebruikt in het kader van een (mogelijke) schadeclaim, dit op zichzelf niet voldoende is om het verzoek te weigeren, maar wel als relevante factor kan meewegen in de beoordeling.

Wat betekent dit in de praktijk?

Het arrest biedt organisaties geen vrijbrief om strenger te selecteren op inzageverzoeken. Wel onderstreept het dat een verzoek altijd in de context moet worden beoordeeld.

Dat vraagt om:

  • zorgvuldige documentatie van het verzoek en het gedrag van de betrokkene;
  • een consistente en verdedigbare beoordeling;
  • en terughoudendheid bij het daadwerkelijk weigeren van verzoeken.

Juist omdat de grens tussen kritisch gebruik en buitensporig gebruik dun kan zijn, blijft een individuele beoordeling noodzakelijk.

Breder perspectief

Interessant is dat het Hof het inzagerecht nadrukkelijk plaatst binnen het bredere systeem van de AVG. Artikel 15 AVG, artikel 12 lid 5 AVG en artikel 82 AVG (schadevergoeding) hangen met elkaar samen. Daarmee erkent het Hof dat het inzagerecht in de praktijk ook een rol kan spelen in geschillen, maar dat dit gebruik niet onbegrensd is en binnen de kaders van de AVG moet blijven.

Conclusie

Met dit arrest brengt het Hof een belangrijke nuance aan: het recht op inzage is fundamenteel, maar niet onbeperkt. Voor het eerst wordt expliciet bevestigd dat ook een eerste verzoek als kennelijk ongegrond of buitensporig kan worden aangemerkt, zij het slechts in uitzonderlijke gevallen. Tegelijkertijd blijft de kernboodschap helder: het weigeren van een inzageverzoek is en blijft de uitzondering.

Naar het overzicht