033 200 30 83
PrivacyTeam

Inzage in medisch dossier overleden dochter wegens mogelijke medische fout

Feiten

Een 17-jarige dochter kampte jarenlang met ernstige psychische problemen, middelengebruik, zelfbeschadiging en suïcidale gedachten. Zij had meerdere contactmomenten met haar huisarts en de praktijkondersteuner jeugd en stond onder behandeling van verschillende zorgverleners. Uiteindelijk overleed zij in 2022 door suïcide.

Na haar overlijden diende haar vader een inzageverzoek in om inzage in haar medisch dossier, zodat hij kon beoordelen of de huisartsenpraktijk voldoende zorgvuldig had gehandeld. In dat kader overwoog hij een civiele aansprakelijkheidsprocedure. Het inzageverzoek werd echter door de huisartsenpraktijk geweigerd. Volgens de zorgverleners gold het medisch beroepsgeheim ook na haar overlijden en had de dochter gedurende haar leven kenbaar gemaakt dat haar ouders niet over haar medische situatie mochten worden geïnformeerd.

Oordeel rechtbank

De rechtbank benadrukt dat het medisch beroepsgeheim ook na het overlijden van een patiënt blijft gelden. Artikel 7:458a BW maakt hierop onder bepaalde voorwaarden een uitzondering. Zo kan inzage worden verleend wanneer iemand daarbij een zwaarwegend belang heeft, dit belang mogelijk door geheimhouding wordt geschaad en inzage noodzakelijk is om dat belang te kunnen behartigen. Het vermoeden dat bij de behandeling een medische fout is gemaakt, kan een dergelijk zwaarwegend belang opleveren.

De rechtbank oordeelt dat in deze fase niet vast hoeft te staan dat medische fouten zijn gemaakt. Wel moet aan de hand van voldoende concrete aanwijzingen aannemelijk worden gemaakt dat daarvan mogelijk sprake is. De rechtbank acht dergelijke aanwijzingen aanwezig. Daarbij wijst zij onder meer op de complexe en langdurige problematiek van de dochter, de signalen die de jongerenwerkers aan de huisartsenpraktijk hadden doorgegeven en de vertragingen in de begeleiding door de praktijkondersteuner jeugd. Ook werd in het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd gewezen op tekortkomingen in de regie, dossiervorming en samenwerking. De rechtbank oordeelt dat met het voorgaande de twijfels over het handelen van de huisartsenpraktijk voldoende waren onderbouwd. Aangezien de vader zonder inzage niet kon beoordelen of de zorgverlening was tekortgeschoten en of een aansprakelijkheidsprocedure kans van slagen had, achtte de rechtbank de inzage bovendien noodzakelijk voor de behartiging van zijn belang.

Wens patiënt niet doorslaggevend

De huisartsenpraktijk voerde aan dat de dochter, toen zij nog in leven was, had aangegeven dat zij niet wilde dat medische gegevens met haar ouders werden gedeeld. De rechtbank oordeelde echter dat voor het blokkeren van verstrekking op grond van artikel 7:458a BW vereist is dat de patiënt schriftelijk of elektronisch heeft vastgelegd dat zij geen toestemming geeft voor het verstrekken van haar medische gegevens na overlijden.Volgens de rechtbank was daar in dit geval niet aan voldaan, aangezien het niet willen doorgeven van informatie tijdens haar leven niet automatisch betekende dat zij ook na haar overlijden iedere vorm van inzage wilde uitsluiten. Haar tijdens het leven geuite wens stond daarom niet in de weg aan verstrekking van de gegevens op grond van het zwaarwegende belang van haar vader.

Getuigenverhoor toegestaan en beperkte inzage

Uiteindelijk beperkte de rechtbank de inzage tot de delen van het medisch dossier die betrekking hebben op de psychische problematiek en de periode van maart 2019 tot aan het overlijden in 2022. Daarmee sloot de omvang van de inzage aan bij de gegevens die noodzakelijk waren voor de behartiging van het zwaarwegende belang van de vader. Daarnaast is een voorlopig getuigenverhoor toegestaan. Hierdoor kan de vader onder meer de praktijkondersteuner en de betrokken huisartsen onder ede laten verklaren over de behandeling van zijn dochter en de daarbij gemaakte afwegingen.

Deze uitspraak van de rechtbank bevestigd het zwaarwegende karakter van het medisch beroepsgeheim, maar benadrukt tegelijkertijd dat dit niet absoluut is wanneer nabestaanden voldoende concrete aanwijzingen hebben dat mogelijk sprake is geweest van tekortschietende zorg en inzage in het medisch dossier noodzakelijk is om hun rechtspositie te kunnen beoordelen.

 

Naar het overzicht