Oostenrijkse autoriteit: klacht niet behandeld wegens misbruik van recht
De Oostenrijkse Gegevensbeschermingsautoriteit (DSB) heeft onlangs geweigerd een klacht van een betrokkene inhoudelijk te behandelen, omdat zij oordeelde dat sprake was van misbruik van recht. Volgens de DSB was de klacht niet primair gericht op de bescherming van persoonsgegevens, maar werd zij vooral ingezet in het kader van een onderliggend geschil. De zaak betrof een klacht tegen een door de rechter benoemde deskundige die een rapport had opgesteld in het kader van een omgangs- en gezagsprocedure.
De klager stelde dat de deskundige persoonsgegevens onrechtmatig had verwerkt bij het opstellen van het deskundigenrapport en diende hierover een klacht in bij de Oostenrijkse toezichthouder. Uit de omstandigheden van het geval leidde de DSB echter af dat de klacht voornamelijk was bedoeld om het deskundigenrapport ter discussie te stellen. Volgens de toezichthouder was daarom sprake van misbruik van recht.
Wanneer is sprake van misbruik van recht?
Volgens de DSB mogen de rechten die betrokkenen aan de AVG ontlenen niet worden ingezet voor doeleinden die geen verband houden met de bescherming van persoonsgegevens. Wanneer een AVG-verzoek of klacht hoofdzakelijk wordt gebruikt als instrument in een ander geschil, kan onder omstandigheden sprake zijn van misbruik van recht. In dat geval kan een toezichthouder besluiten een klacht niet verder inhoudelijk te behandelen.
Daarbij zal de toezichthouder op basis van de omstandigheden van het geval moeten onderbouwen dat het beroep op de AVG kennelijk een ander doel dient dan de bescherming van persoonsgegevens. Het enkele bestaan van een conflict tussen partijen of een parallelle juridische procedure vormt op zichzelf onvoldoende grond om misbruik van recht aan te nemen.
Grenzen aan rechten van betrokkenen
De beslissing past binnen een bredere ontwikkeling waarin toezichthouders en rechters aandacht besteden aan de grenzen van de rechten van betrokkenen. Hoewel de AVG betrokkenen vergaande rechten toekent, zijn deze rechten niet onbeperkt. De gedachte achter deze uitspraak sluit aan bij artikel 57, vierde lid, AVG, waarin is bepaald dat toezichthouders kennelijk ongegronde of buitensporige verzoeken kunnen weigeren of hiervoor een redelijke vergoeding kunnen vragen.
Waar in eerdere zaken over buitensporige AVG-verzoeken vooral sprake was van grote aantallen verzoeken of steeds terugkerende verzoeken aan dezelfde organisatie, laat deze beslissing zien dat ook het doel achter een verzoek of klacht relevant kan zijn. De DSB benadrukt daarmee dat een beroep op de AVG onder omstandigheden als misbruik van recht kan worden aangemerkt wanneer het niet primair is gericht op de bescherming van persoonsgegevens, maar vooral wordt ingezet om een ander juridisch of feitelijk geschil te beïnvloeden.
Wat betekent dit voor organisaties?
Voor organisaties is deze beslissing interessant omdat zij bevestigt dat de rechten van betrokkenen niet los kunnen worden gezien van het doel waarvoor zij zijn bedoeld. De AVG is ontworpen om de bescherming van persoonsgegevens te waarborgen en niet om als procesinstrument te dienen in andere conflicten.
Tegelijkertijd moet terughoudend worden omgegaan met een beroep op misbruik van recht. Het enkele feit dat een verzoek belastend is of plaatsvindt in de context van een conflict betekent niet automatisch dat sprake is van misbruik. De lat ligt hoog en vereist een zorgvuldige beoordeling van alle omstandigheden van het geval.
De beslissing onderstreept daarmee opnieuw dat de rechten van betrokkenen een belangrijk onderdeel vormen van de AVG, maar dat deze rechten niet onbeperkt kunnen worden ingezet voor doeleinden die losstaan van gegevensbescherming.