PrivacyTeam033 200 30 83

HvJ EU: EDPB-besluiten onder voorwaarden rechtstreeks aanvechtbaar

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 10 februari 2026 een belangrijke uitspraak gedaan over de rechtsbescherming binnen het toezichtstelsel van de AVG. In de zaak WhatsApp Ireland v EDPB stond de vraag centraal of een bindend besluit van het European Data Protection Board (EDPB) op grond van artikel 65 AVG onder voorwaarden rechtstreeks kan worden aangevochten bij de Europese rechter.

Het Hof beantwoordt deze vraag bevestigend mits aan de voorwaarden is voldaan.

Achtergrond van de zaak

De Ierse toezichthouder (Data Protection Commission, DPC) onderzocht WhatsApp Ireland Limited in het kader van grensoverschrijdende gegevensverwerking, met name ten aanzien van de naleving van de transparantieverplichtingen uit de AVG. Tijdens dit proces ontstond een geschil tussen betrokken toezichthouders over de beoordeling van de verwerking.

Op grond van het coherentiemechanisme (art. 60–65 AVG) stelde het EDPB daarop een bindend besluit vast (Decision 1/2021). De DPC was gehouden dit besluit te volgen bij het nemen van haar definitieve besluit, inclusief de vaststelling van de boete.

WhatsApp stelde vervolgens beroep in tegen zowel het nationale besluit als het onderliggende EDPB-besluit. Het Gerecht verklaarde het beroep tegen het EDPB-besluit niet-ontvankelijk, omdat het dit beschouwde als een voorbereidende handeling zonder zelfstandige rechtsgevolgen.

Oordeel van het Hof

Het Hof vernietigt dit oordeel en komt tot de conclusie dat een bindend EDPB-besluit wel degelijk een voor beroep vatbare handeling vormt in de zin van artikel 263 VWEU.

Volgens het Hof heeft een EDPB-besluit bindende rechtsgevolgen, omdat het de inhoud van het nationale besluit in beslissende mate bepaalt. De nationale toezichthouder beschikt daarbij niet over discretionaire ruimte ten aanzien van de door het EDPB vastgestelde punten. Hierdoor wordt de rechtspositie van de betrokken organisatie rechtstreeks geraakt.

Daarmee is, voor zover sprake is van directe en individuele betrokkenheid, voldaan aan de voorwaarden voor beroep op grond van artikel 263 VWEU. Het Hof benadrukt in dit verband dat het recht op effectieve rechtsbescherming (artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie) vereist dat een partij zich ook tegen dergelijke bindende besluiten moet kunnen verweren.

Betekenis voor de praktijk

De uitspraak maakt duidelijk dat EDPB-besluiten niet uitsluitend als onderdeel van een nationaal besluitvormingstraject moeten worden beschouwd, maar een zelfstandige rol kunnen spelen binnen de rechtsbescherming onder de AVG. Met name in grensoverschrijdende situaties waarin het coherentiemechanisme wordt toegepast, kan dit van belang zijn.

Voor organisaties betekent dit dat zij, naast nationale procedures, ook op Europees niveau kunnen opkomen tegen besluiten die hun rechtspositie in beslissende mate bepalen.

Tegelijkertijd ligt het in de rede dat deze ontwikkeling zal leiden tot een toename van procedures bij de Europese rechter en daarmee tot meer complexiteit in handhavingstrajecten. Verdere rechtspraak zal moeten uitwijzen hoe de reikwijdte van deze rechtsbescherming zich ontwikkelt en welke grenzen daaraan worden gesteld.

Naar het overzicht