PrivacyTeam033 200 30 83

Zorginstelling mag verzoek om gegevenswissing bewaren

Op 6 augustus 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een belangrijke uitspraak over het recht op gegevenswissing in de gezondheidszorg. De zaak draaide om de vraag of GGNet, een zorginstelling, een aantekening over een verzoek tot gegevenswissing mocht bewaren. Deze uitspraak heeft verstrekkende gevolgen voor zowel patiënten als zorginstellingen.

Appellante verzocht GGNet om haar medisch dossier te verwijderen nadat zij besloot geen behandeling te willen na een intakegesprek. GGNet verwijderde het dossier, maar bewaarde wel een aantekening van het verwijderverzoek. Appellante was het hier niet mee eens en vond dat ook deze aantekening verwijderd moest worden. Zij diende een klacht in bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Toen de AP het verzoek afwees, ging appellante in beroep bij de rechtbank en later in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat GGNet de aantekening over het verwijderverzoek mocht bewaren.

De belangrijkste overwegingen van de Raad van State waren als volgt:

De Raad benadrukte dat zorginstellingen verplicht zijn om een medisch dossier bij te houden, zelfs als een patiënt geen verdere behandeling wenst. Dit volgt uit artikel 7:454 van het Burgerlijk Wetboek. Een intakegesprek wordt beschouwd als een handeling op het gebied van de geneeskunst, waardoor de dossierplicht van toepassing is. 

Het recht op gegevenswissing, zoals vastgelegd in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), is niet absoluut. Het geldt niet als de verwerking van gegevens noodzakelijk is voor redenen van algemeen belang op het gebied van volksgezondheid. In dit geval was het bewaren van de aantekening noodzakelijk voor het beheer van de gezondheidszorgdiensten en voor verantwoording aan toezichthouders zoals de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

Appellante betoogde dat de AP haar het vertrouwen had gegeven dat de aantekening verwijderd zou worden, op basis van e-mailwisselingen en een telefoongesprek met een medewerker van de AP. De Raad oordeelde echter dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing was. Er was immers geen sprake van een onrechtmatige verwerking door GGNet en er was geen concrete toezegging gedaan door de AP om de aantekening te verwijderen.

Deze uitspraak heeft belangrijke gevolgen voor zorginstellingen. Zij mogen aantekeningen over verzoeken tot gegevenswissing bewaren als dit noodzakelijk is voor het beheer van de gezondheidszorg en verantwoording aan toezichthouders. Ook zonder een formele behandelingsovereenkomst kan een intakegesprek voldoende zijn om de dossierplicht te laten gelden.

Voor patiënten betekent deze uitspraak dat zij niet altijd kunnen afdwingen dat alle aantekeningen over hun verzoeken tot gegevenswissing worden verwijderd, als de zorginstelling een wettelijke grondslag heeft voor bewaring. Het vertrouwensbeginsel biedt geen bescherming als er geen sprake is van een onrechtmatige verwerking.

Samenvattend, de uitspraak van de Raad van State benadrukt dat het recht op gegevenswissing niet absoluut is en kan worden beperkt door wettelijke verplichtingen, zoals de dossierplicht in de gezondheidszorg. Zorginstellingen hebben de plicht om aantekeningen te bewaren voor het beheer van de gezondheidszorg en verantwoording aan toezichthouders. Patiënten en zorginstellingen moeten zich bewust zijn van deze juridische kaders.

Naar het overzicht